Bijlage

Het Cultuurpact

Culturele Autonomie en de Hoge Rielen

Ogenschijnlijk bestaat er geen onmiddellijk verband tussen de Hoge Rielen en de culturele autonomie, laat staan sterke beĆÆnvloeding. De aandachtige lezer van dit werkstuk over het ontstaan van de Hoge Rielen zal nochtans geconfronteerd worden met enkele conflictmomenten die in feite hun oorzaak vinden in het ontstaan van de culturele autonomie, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks. Deze nota wil een en ander toelichten.

In 1968 explodeerde een al jaren smeulend probleem, de splitsing van de tweetalige Leuvense universiteit. Het conflict leidde tot de val van de regering en de verhuis van de Franstalige studenten naar Louvain-la-Neuve. Het incident zorgde voor een opflakkering van het nationalisme aan beide kanten van de taalgrens. Hierdoor werd de nood aan hervormingen bijzonder groot.

In 1971 werd, na 2 jaar van moeizame onderhandelingen, de eerste staatshervorming goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat, bij wet van 21 juli 1971. De Vlaamse partijen waren vragende partij voor meer culturele autonomie, terwijl de Waalse partijen meer economische decentralisatie eisten. Die goedkeuring langs Vlaamse zijde is er trouwens niet vanzelf gekomen. De toenmalige regering, onder leiding van Gaston Eyskens, beschikte niet over een meerderheid in Vlaanderen. De oppositie, toentertijd de Vlaamse liberalen, deels spreekbuis van de vrijzinnigen, beloofde om voor die autonomie te stemmen op voorwaarde dat er vooraf een cultuurpact werd ondertekend die wat de culturele materies betreft een nieuw meerderheidsprincipe zou hanteren waarbij niet de klassieke 50 + 1 regel zou gelden maar waarbij alle partijen zouden betrokken worden. De minderheid kreeg zeggingskracht.

Het cultuurpact werd wet op 16 juli 1973. Daarin werd de oprichting van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie voorzien die de uitvoering van deze wet moest opvolgen. Paul De Broe werd inspecteur-directeur van deze commissie in 1976.

De lezer zal in de ontstaansgeschiedenis van de Hoge Rielen het impact van de cultuurpactwet wel degelijk ontdekken.

Naast dit belangrijk gegeven zijn er nog andere gevolgen van de culturele autonomie: zo moest een vernieuwde administratie voor de jeugd, sport en cultuur ontwikkeld worden waardoor vele mogelijkheden ontstonden om personeel aan te werven met ervaring op het veld. Verder werd de start gegeven voor heel wat wetgevend werk. Het eerste decreet (Vlaamse Wet) werd de erkenning en de subsidiĆ«ring van landelijke jeugdverenigingen. Het begin van een nieuwe periode, waar Vlaanderen zelfstandig zijn Cultuur en Jeugdbeleid kon bepalen, werd ingeluid. Het gaf een grote impuls aan het jeugdwerk, waardoor een vernieuwde dynamiek ontstond. 
























 

Bijlagen 

   Arrondissementscommissaris 
   BAD 3
   de Statuten van ADJ
   het Erfpachtcontract
   het Contract
   het Cultuurpact
   verslag v/h 1ste vrijwilligersverblijf
   
door Guido Vereecke
   Voorzitters en Beheerders van ADJ
   Synopsis van het structuurplan
   
voor het gebied Tielen-Kasterlee-Turnhout,
    september 1971-74

   Foto's
   Brief van Minister Jos De Saeger
   aan Chirojeugd Vlaanderen
   Brief van Minister Jos Chabert
    aan Guido Vereecke
   Brief van Minister Frans Van Mechelen
    aan Guido Vereecke
   Plannetje van BAD 1, 2 en 3 
   


  

Make a Free Website with Yola.